160 g. boter
200 g. bloem
laurierblad
1 l. bouillon
250 cl. room
1 pakje kervel
1 ui
½ prei
zout, maggi
20 g. gerookte paling
Bereiding:
Voor de blanke roux: Boter laten smelten. Ui en prei met een laurierblad laten aanfruiten in een pannetje. De pan van het vuur halen, bloem toevoegen en roeren met een spatel. Op een klein vuur de roux laten verhitten. De roux is goed als hij wit uitslaat. Hij voelt dan aan als een zandkorrel. De roux laten afkoelen.
Daarna vermengen met de hete bouillon. Al roerende met een garde glad roeren. Zorg ervoor dat je de bouillon beetje voor beetje toevoegt aan de koude roux. De soep ± 30 minuten laten doorkoken. Daarna de soep passeren door een puntzeef en op smaak brengen met zout en maggi. Gehakte kervel en room toevoegen. Gesneden blokjes gerookte paling in de soepkoppen doen en deze met de soep vullen.