200 g. mascarpone
2 Granny Smith appels
200 g. suiker
sap van ½ citroen
2 dl. appelsap
2 blaadjes gelatine
50 g. suiker
2 dl. slagroom
6 plakjes bladerdeeg
½ eiwit
150 g. poedersuiker
geraspte schil van een ½ citroen
Bereiding:
Verwarm de oven op 100°C.
Verhit suiker, water en de helft van het citroensap in een steelpan
tot alle suiker opgelost is.
Verwijder het klokhuis van 1 appel en schaaf hem in hele dunne
plakjes.
Bekleed de bakplaat met bakpapier.
Doop de plakjes appel in de suikersiroop.
Droog ze 1½ uur in de oven tot ze krokant worden zodra
ze zijn afgekoeld. (Af en toe proberen).
Schil de andere appel en snijd hem in blokjes (klein).
Besprenkel met citroensap.
Kook het appelsap in tot de helft.
Week de gelatine in koud water. Los eerst de suiker en daarna
de goed uitgeknepen gelatine in het sap.
Laat afkoelen tot de gelatine begint te stijven.
Klop de slagroom stijf en voeg deze aan het appelsap toe.
Klop de mascarpone los en giet er het slagroommengsel, de appel
blokjes en de citroenschil bij.
Laat 2 uur opstijven in de koeling.
Steek uit plakjes bladerdeeg 24 rondjes van 4,5 cm. doorsnede
en prik er gaatjes in.
Bak ze in 15 minuten lichtbruin en gaar.
Druk de opgekomen bladerdeegrondjes plat met een spatel.
Sla in een kom het eiwit schuimig.
Zeef er de poedersuiker boven en roer tot een dik, glad en glanzend
mengsel.
Smeer dit op 12 bladerdeegrondjes.
Smeer een royale laag mascarponecrème op de overige 12
bladerdeegrondjes en druk hier een met eiwitglazuur besmeerd
bladerdeegplakje op.
Serveer tompouces en garneer met de gedroogde appelschuifjes
en poedersuiker.