2
blaadjes witte gelatine
1 camembertkaasje (250 g.)
2 dl. slagroom
zout
vers gemalen witte peper
1 sinaasappel
1 eetlepel boter
50 g. suiker
2 dl. rode port
100 g. blauwe druiven
olie om in te vetten
4 timbaaltjes of kopjes
zesteur
Bereiding:
Gelatine
in ruim koud water ca. 5 minuten laten weken.
Korstjes
van de kaas snijden (dun).
In
een pannetje ½ dl. slagroom met de kaas verwarmen tot de kaas
smelt.
De
gelatine goed uitknijpen en van het vuur af, al roerend oplossen
in de warme kaassaus.
Saus iets laten afkoelen.
In
een kom de rest van de slagroom stijfkloppen.
Kaassaus
erdoor spatelen en op smaak brengen met zout en peper.
Timbaaltjes
invetten met olie.
De
kaasmousse in de timbaaltjes scheppen en in de koelkast een uur
laten afkoelen.
Met
de zesteur mooie sliertjes van de sinaasappel trekken.
In een
steelpan met 1 dl. water de sinaasappelsliertjes ca. 5 minuten
zacht laten koken.
Sliertjes in een zeef goed laten uitlekken.
Halve
sinaasappel uitpersen (rest wordt niet gebruikt).
In
een pan met dikke bodem, boter en suiker al roerend smelten tot
de suiker lichtbruin kleurt.
Van het vuur halen en de sinaasappelsap
en port toevoegen.
Op een zacht vuurtje de hard geworden karamel
al roerend opnieuw oplossen.
Het geheel ca. 5 minuten op matig
hoog vuur tot een stroperige saus laten inkoken.
Laten afkoelen.
Druiven
wassen.
Halveren en de pitten verwijderen.
Timbaaltjes een voor een enkele seconden met de onderkant in heet
water dopen.
Rand van de mousse losmaken.
Bordje op timbaaltje
zetten, samen keren en de camembertmousse op het bordje laten
glijden.
Portsaus erover en erlangs scheppen.
Sinaasappelsliertjes
op de mousse drapperen.
Beetje peper er boven malen.
De druiven
rond de mousse leggen.