4 appels
50 g. ongezouten boter
2 laurierbladeren
2 kruitnagels
50 g. geschaafde amandelen
100 g. lichte basterdsuiker
75 g. rozijnen
1 sinaasappel
1 citroen
1 eetlepel mengsel van gemalen kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, korianderzaad,
gember en piment
1 borrelglaasje brandy of whisky
bolletje vanille-ijs
Bereiding:
Neem de boter 15 minuten voordat je aan de gang gaat uit de koelkast, zodat die alvast een beetje zacht kan worden.
Verwarm de oven op 180ºC.
Gebruik een appelboor voor het verwijderen van de klokkenhuizen en maak met een scherp mesje het gat wat groter.
Leg de appels in een braadslee, samen met de citroen, rozijnen en sinaasappel.
Verkruimel de gedroogde laurierblaadjes tot kleine stukjes of hak verse laurier fijn.
Doe de laurier met de kruidnagels in een vijzel en stamp alles fijn.
Doe het mengsel met het grootste deel van de amandelen en de rest van de ingrediënten in een kom.
Meng alles met je handen goed door elkaar en knijp de smaken door de boter.
Vul de holtes in de appel met dit mengsel en gebruik de laatste restjes om de buitenkant mee in te wrijven.
Schep de rest van de amandelen door het in de kom achtergebleven vocht en strooi ze over de appels.
Voeg de brandy of whisky toe.
Zet de appels 35-40 minuten in de oven tot ze goudbruin en zacht zijn.
Neem ze uit de oven en laat ze 5 minuten afkoelen.
Leg een appel op elk bordje en schep de heerlijk gekarameliseerde vloeistof uit de braadslee erover.
Serveer met een bolletje ijs.