50 g. gedroogde pruimen zonder pit
½ theelepel gemberpoeder
½ theelepel pimentpoeder
2 eetlepels cognac
2 eetlepels gemberjam
1 dl. rode wijn
1½ dl. wildfond
± 4 jeneverbessen
4 hertenbiefstuk à 125 g.
50 g. boter
zout, peper
Bereiding:
Snij de pruimen in stukjes en pureer ze met gemberjam, gemberpoeder,
pimentpoeder en cognac.
Meng de wijn en de wildfond erdoor. Wrijf deze saus eventueel
door een zeef.
Laat voor de bereiding de hertenbiefstukjes minstens een half
uur op kamertemperatuur komen.
Verhit 25 g. boter in een koekenpan en bak de hertenbiefstukjes
ongeveer 3 minuten aan beide kanten bruin en van binnen rosé.
Bestrooi ze in de pan met peper en zout. Leg de biefstukjes
op een warmplaat, dek ze af met aluminiumfolie en houd ze in
de oven warm.
Roer door het bakvet de jeneverbessen en roer de saus (marinade)
er door heen.
Laat ze ongeveer 3 minuten op hoog vuur doorkoken.
Snijd de rest van de boter in klontjes en klop deze door de
saus.
Breng de saus op smaak met zout en peper.
Schep de saus op 4 verwarmde borden en leg de hertenbiefstukjes
erop.